ADHD en ADD zijn beide veelvoorkomende diagnoses, zeker in de wereld van vandaag. Veel jonge kinderen krijgen het stempeltje ADHD, ADD of autisme. Maar zijn dit wel ziektes, en moeten ze wel zo behandeld worden? Is het niet veel beter om de persoon leren om te gaan met hun ‘gave’? Er zijn immers ook veel positieve kanten aan het hebben van ADHD en ADD

In de hersenen komen op ieder moment van de dag veel verschillende prikkels binnen. In gezonde (‘neurotypische’) hersenen kunnen deze prikkels gefilterd worden. Dat betekent dat het brein heeft aangeleerd welke prikkels van belang zijn, en welke dat niet of minder zijn. Bij mensen met ADHD of ADD vindt die filtering niet goed plaats. Hierdoor raken ze snel overprikkeld. Sommige delen van de hersenen staan ook niet op een goede manier met elkaar in verbinding. Mensen met ADHD hebben dus een brein dat nooit stilstaat en geen filter heeft. Dat zorgt voor veel onrust.

Het ADHD brein is uitgebreid onderzocht onder een MRI-scan. Hieruit is gebleken dat bepaalde gebieden van de hersenen, zoals de frontale kwab, minder groot zijn dan bij een ‘normaal’ brein. Daaruit blijkt dus dat ADHD een duidelijk aanwijsbare aandoening is. ADHD kent een aantal opvallende kenmerken of signalen, vooral bij jonge kinderen. De ADHD symptomen kenmerken zich vooral door hyperactiviteit, maar er zijn uiteraard nog meer kenmerken bekend. Deze zijn:

  • Druk gedrag, hyperactiviteit
  • Niet goed functioneren op school/werk
  • Concentratieproblemen
  • Fouten maken op school/werk
  • Onrustigheid: moeilijk stil blijven zitten, ongeduldigheid
  • Sociaal: veel praten, anderen in de rede vallen, sociale problemen
  • Dromerig zijn
  • Risicovol gedrag, vooral in de puberteit
  • Slaapproblemen[2]
  • Ongeorganiseerd en vergeetachtig gedrag, vaak dingen kwijt raken
  • Impulsief gedrag, risicovol gedrag

Ook hebben kinderen met ADHD vaak een langzamere ontwikkeling. Ze zijn vaak erg slim op bepaalde gebieden, en lopen achter op een ander gebied. Ook hebben deze kinderen vaak een moeizame taalontwikkeling en hebben ze, zelfs op latere leeftijd, nog problemen met zichzelf goed verwoorden[4].

Dit zijn over het algemeen de typische ADHD kenmerken. ADHD is daarnaast verwant aan andere psychische problematiek. Vaak gaat ADHD ook samen met andere stoornissen. Denk dan bij kinderen aan het ontwikkelen van dyslexie, leerproblemen, tics, angsten en opstandig gedrag. Kinderen met ADHD of een verwante stoornis hebben een grotere kans op het ontwikkelen van een persoonlijkheidsstoornis of verslavingen op latere leeftijd.

ADHD gaat (ook bij volwassenen) vaak samen met andere stoornissen, zoals depressie, gedragsstoornissen, PTSS, angststoornissen, bipolaire stoornis en verslaving. Het is voor AD(H)D’ers namelijk minder makkelijk genot te ervaren. Dit komt door een genetisch defect, waardoor de dopamine-huishouding in de hersenen niet goed werkt.

Dopamine is de stof die zorgt voor genot. AD(H)D’ers hebben te weinig dopamine, waardoor veel volwassen AD(H)D’ers gaan zoeken naar manieren om alsnog genot te ervaren. Denk dan aan overmatig eten en bewegen, maar ook roken, alcohol en drugs. Volwassen AD(H)D’ers hebben dan ook sneller de neiging om naar drugs te grijpen, wanneer ze in moeilijkheden verkeren[1].

ADHD is dus geen ziekte, maar het kan beter gezien worden als een andere werking van de hersenen. Wel zitten er een aantal negatieve kanten aan het hebben van ADHD, zoals een slecht concentratievermogen en het risico op mentale ziektes. Omdat de oorsprong van ADHD in de hersenen ligt, is het niet te genezen.

Risicofactoren

Geschat wordt dat zeker drie tot vijf procent van de kinderen last heeft van (een vorm van) AD(H)D. Het wordt drie keer vaker vastgesteld bij jongens dan bij meisjes[1]. Dit komt ook omdat meisjes vaak over het hoofd gezien worden bij het vaststellen van
AD(H)D. Meisjes uiten zichzelf namelijk anders en vertonen minder snel hyperactief gedrag dan jongens[5].

Ook bij volwassenen kan AD(H)D vastgesteld worden, al komt dat minder vaak voor. Bij kinderen is het mogelijk dat ze na de puberteit geen AD(H)D meer te hebben. Kinderen kunnen er dus ‘overheen groeien’. Er zijn dus meer kinderen met AD(H)D dan volwassenen.

De tips in dit artikel zijn in de eerste plaats geschreven voor gezonde volwassenen. Neem bij twijfel over je gezondheid altijd contact op met je huisarts.

Oorzaken van ADHD en ADD

In deze tijd wordt de diagnose ADHD (of een daaraan verwante diagnose) steeds vaker gesteld, zeker bij jonge, schoolgaande kinderen. Veel mensen spreken daarbij van een modeverschijnsel. Dit is niet waar. Aandoeningen zoals ADHD, ADD en autisme, maar ook astma, komen steeds vaker voor. De invloeden in ons milieu zijn namelijk flink aan het veranderen in de afgelopen jaren.

Bij ADHD weten we dat er een een erfelijke aanleg meespeelt bij het ontwikkelen van ADHD. Er wordt op dit moment veel onderzoek gedaan naar de genen die AD(H)D veroorzaken[6].

De genetische aanleg wordt verder aangewakkerd door bepaalde zaken in de omgeving van het kind. Dat begint zelfs al in de baarmoeder. De volgende factoren kunnen meespelen bij het ontwikkelen van ADHD bij een kind.

  • Roken en/of alcohol drinken van de moeder tijdens de zwangerschap.
  • Lage hartslag van het kind tijdens de bevalling, zuurstoftekort tijdens de geboorte.
  • Kleine schedelomtrek na de geboorte.
  • Voedselallergie en -intolerantie.
  • Chemische en giftige stoffen uit het milieu of uit medicatie.
  • Tekorten aan vitaminen en Omega-3 vetzuren, ook tijdens de zwangerschap van de moeder.

Er is dus geen specifieke oorzaak aan te wijzen. Vaak is er sprake zijn van een samenspel van factoren: erfelijkheid en omgevingsfactoren, die ervoor zorgen dat ADHD wordt getriggerd[1].

Hoe wordt ADHD en ADD vastgesteld?

ADHD wordt meestal door een (kinder)psycholoog of orthopedagoog vastgesteld. ADHD begint namelijk bijna altijd voor het zevende levensjaar. De leraren of ouders merken vaak als eerste gedragsproblemen op bij een kind. Veel kinderen worden gediagnosticeerd als ze voor het eerst naar school gaan. Dan moeten kinderen namelijk aan regels gaan voldoen: ze moeten zitten,
luisteren, zich concentreren op schoolwerk. Kinderen met ADHD vallen dan op, omdat ze moeite hebben met het volgen van deze regels[5].

De criteria voor ADHD en ADD zijn vastgelegd in de DSM-V, het handboek voor psychologische ziektebeelden en afwijkingen. Wanneer een kind aan de criteria in dit handboek voldoet, kan de diagnose ADHD of ADD worden gesteld. Dat wordt bepaald door gesprekken met de ouders, het invullen van vragenlijsten en psychologisch onderzoek bij het kind (of de volwassene).

Soms voldoet iemand maar deels aan de criteria, terwijl er wel problemen zijn. Dit wordt AD(H)DNAO genoemd (NAO betekent niet anders omschreven). Ook worden de goede kanten van AD(H)D vaak weg gelaten! Veel kinderen en volwassenen met ADHD zijn namelijk vaak zeer getalenteerd op bepaalde gebieden. Ook zijn kinderen (en volwassenen!) met ADHD vaak energiek, charismatisch, grappig, erg intelligent, dapper en erg creatief!

Omdat er in de DSM-V onderscheid wordt gemaakt tussen lichte, matige en ernstige klachten, treedt er in sommige gevallen overdiagnose op. Dat betekent dat de diagnose ADHD bij sommige kinderen onterecht wordt gesteld. Een drukke en extraverte aard wordt soms ten onrechte aangezien voor ADHD. Er is echter alleen sprake van ADHD als er sprake is van beperkingen in het functioneren, bijvoorbeeld als het niet goed gaat op school[1].

Reguliere behandeling

De behandeling van ADHD in de reguliere medische wereld is beperkt. ADHD is namelijk niet te genezen. De behandeling focust zich daarom op het verminderen van de klachten, en het ervoor zorgen dat het kind en de ouders beter met de AD(H)D om kunnen gaan. In veel gevallen wordt ook gebruik gemaakt van medicatie, wat niet altijd een gunstige keuze is.

ADHD ADD Medicatie

Medicatie

De medicatie die bij ADHD gebruikt wordt, zijn stimulerende middelen. In 1937 zijn er experimenten gedaan met het geven van amfetamine (de illegale drug speed) aan jonge jongens op een tuchtschool. Het is gebleken dat het concentratievermogen verbeterde en de hyperactiviteit afnam. Deze middelen werken stimulerend op personen zonder ADHD of aanverwante stoornis. Bij mensen met ADHD dempen ze juist de prikkels in de hersenen, waardoor concentratie weer goed mogelijk is en de hyperactiviteit afneemt. De huidige gebruikte medicatie is afgeleid van amfetaminen.

De reguliere behandeling bij de arts bestaat vaak uit medicatie. Methylfenidaat (Ritalin) is inNederland het meest voorgeschreven  middel tegen ADHD en ADD bij kinderen. Ook middelen zoals Concerta en Strattera worden vaak gebruikt. Deze middelen bestrijden slechts de symptomen. Ze leren het kind niet om te gaan met de aandoening. Omdat deze middelen stimulerend werken, kunnen ze voor bijwerkingen zorgen. Denk dan aan hoofdpijn, duizeligheid en zelfs psychoses.

In het buitenland worden kinderen vaak behandeld met andere middelen dan Ritalin. Bijvoorbeeld de middelen amantadine (tegen de ziekte van Parkinson) en bupropion (een antidepressivum). Dit zijn geen stimulanten, maar ook deze middelen kennen hun bijwerkingen. Dat geldt ook voor zwaardere stimulanten, zoals dexamfetamine, die vooral in de Verenigde Staten worden voorgeschreven. In Nederland worden deze middelen alleen voorgeschreven bij zeer ernstige gevallen van ADHD, waarbij de patiënt niet goed reageert op de reguliere medicatie.

Denk dus goed na over het gebruik van medicatie. Vooral bij erg jonge kinderen of bij milde klachten doet medicatie vaak meer slecht dan goed. Het kind moet zich dagelijks houden aan een streng schema en het is niet mogelijk om meteen te stoppen met het gebruik van medicatie.

Neurofeedback

De theorie van neurofeedback gaat ervan uit dat ADHD wordt veroorzaakt door een verkeerd patroon in de hersengolven. Bij neurofeedback kunnen deze golven aangepast worden. Deze behandeling is nog niet wetenschappelijk bewezen, maar veel patiënten en hun ouders hebben er wel baat bij[1].

Gedragstherapie

De behandeling start vrijwel altijd met psycho-educatie. Dat is belangrijk bij de diagnose ADHD. Dit houdt in dat de patiënt of de ouders van de patiënt informatie krijgt over ADHD, de gevolgen daarvan en welke opties er zijn ter behandeling en het leren omgaan met de aandoening.

Bij jonge kinderen wordt oudertraining gegeven. Bij een oudertraining leren ouders vaardigheden om beter om te gaan met hun kind met ADHD. Ouders leren hoe ze probleemgedrag kunnen stoppen, en gewenst gedrag kunnen stimuleren, zodat het kind beter om kan gaan met zijn of haar beperkingen.

Oudere kinderen of volwassenen met ADHD kunnen ook zelf goed behandeld worden met cognitieve gedragstherapie. Ze leren dan hun gedachten en gedrag gunstig te veranderen, impulsen te controleren en om te gaan met hun klachten, zodat ze daar minder last van hebben op werk en school. Bij sociale problemen zijn er sociale vaardigheidstrainingen die goed kunnen
helpen[1].

Natuurlijke behandeling

Een holistische aanpak van ADHD en verwante stoornissen kan vaak al veel goed doen. Omdat ADHD niet te genezen is, is het belangrijk om goed voor het lichaam te zorgen en met de negatieve kanten om te leren gaan. Zeker bij lichte en matige klachten is medicatie vaak niet nodig, maar kan er al veel bereikt worden met goede begeleiding, supplementen en een
aangepast dieet.

Houd jezelf of je kind aan deze basis leefregels, die vooral bij AD(H)D van groot belang zijn.

  • Beperk het gebruik van elektronica om elektrosmog te vermijden
  • Slaap voldoende
  • Beweeg voldoende: vooral kinderen moeten een uitlaatklep hebben voor hun energie
  • Gezonde voeding
  • Bezinning, bijvoorbeeld door gebed of meditatie
  • Breng zoveel mogelijk structuur en regelmaat aan in het dagritme
  • Beloon positief gedrag en ontmoedig ongewenst gedrag op een goede manier
  • Bereid het kind voor op komende veranderingen
  • Positief sociaal contact, het ontwikkelen van een sociale kring
  • Vermijd alcohol en drugs

Supplementen

De neurotransmitters (boodschapperstoffen) in de hersenen hebben een grote invloed op ons doen en laten. Bij mensen met AD(H)D en verwante aandoeningen zijn deze neurotransmitters vaak verstoord. Supplementen kunnen dan helpen. Denk bijvoorbeeld aan het supplement Cerebro-Mega, op basis van krillolie. Dit is olie gewonnen uit Antarctisch krill, een soort alg. Het
bevat verschillende fosfolipiden: stoffen die van groot belang zijn voor het goed functioneren van de hersenen en zenuwcellen.

Het is eventueel mogelijk dit supplement te combineren met Cere Balance, om het effect te versterken. De combinatie van deze twee supplementen hebben een zeer goed effect op de concentratie en de prestaties op school en werk.

Omega 3 en 6 wetenschappelijk onderzoek

Het middel LTO3 wordt steeds bekender als supplement voor AD(H)D en andere psychische klachten. Het is een mengsel van drie verschillende supplementen: L-Theanine, viskuitextract en blauw glidkruid. Veel mensen gebruiken dit middel als vervanging voor reguliere medicatie. LTO3 is ook geschikt voor kinderen. Ook omega-vetzuren (visolie), met name Omega 3 en Omega 6, worden vaak gebruikt bij AD(H)D en concentratieproblemen. Uit onderzoek is gebleken dat het innemen van een combinatie van deze twee vetzuren, in een bepaalde verhouding, net zo goed werkt tegen concentratieproblemen en hyperactiviteit als het slikken van Ritalin [3]. Deze vetzuren zijn ook goed te gebruiken tijdens de zwangerschap. Een tekort aan Omega-3 kan namelijk een van de factoren zijn die AD(H)D uitlokt.

Voeding en dieet

Bij veel kinderen (en volwassenen) met AD(H)D is er sprake van een of meerdere niet-allergische voedselovergevoeligheden. Je bent dan niet allergisch voor een voedingsmiddel, maar je lichaam reageert er niet optimaal op. Deze overgevoeligheden verschillen sterk per persoon. Het is mogelijk om je bij een orthomoleculair arts of diëtist hiervoor te laten testen.

Het Feingold dieet is een van de eerste diëten toegespitst op AD(H)D. Er mogen bij dit dieet geen
voedingsmiddelen worden gegeten die rijk zijn aan salicylaten. Deze vind je in:

  • Fruit: ananas, appels, dadels, druiven, frambozen, gedroogde vruchten.
  • Groente: courgette.
  • Kruiden: dille, kerriepoeder, oregano.
  • Overig: honing, jam, frisdrank, koffie.
  • Aspirine en alles wat aspirine (acetylsalicylzuur) bevat.

Ook is het goed om groenten met een hoog nitraatgehalte te vermijden (boven de 1000mg/kg). De volgende groenten bevatten nitraten:

  • Meer dan 1000 mg/kg nitraat: venkel, veldsla, radijs, rode bieten, spinazie en koolsoorten
    (Chinese, witte, rode). Vermijd deze voedingsmiddelen zeker!
  • 500 – 1000 mg/kg nitraat: bloemkool, wortel, koolrabi, prei, selderie.
  • Onder de 500 mg/kg nitraat (laag nitraatgehalte): groene bonen, erwten, aardappelen,
    komkommer, paprika, tomaat, ui.

Let natuurlijk ook op cafeïne (cola, koffie, thee, energiedrank) en grote hoeveelheden suiker. Deze kunnen ook vaak druk gedrag veroorzaken. Veel experts raden dan ook een suikervrij dieet aan. Kinderen moeten cafeïne uiteraard vermijden!
Een dieet waarbij bepaalde voedingsmiddelen worden vermeden wordt een eliminatiedieet genoemd. Alle stoffen waar iemand allergisch voor kan zijn worden dan vermeden. Uit sommige wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat kinderen met AD(H)D baat hebben bij het vermijden van kunstmatige stoffen in de voeding, bijvoorbeeld synthetische kleur- en smaakstoffen[1]. Ook in Nederland is hier onderzoek naar gedaan. Het twee weken voeren van een eliminatiedieet zorgt ervoor dat een groot deel van de jonge kinderen (ruim 60%) een grote vermindering van de klachten ervaart[7]. Zeker bij jonge kinderen is het dus de moeite waard om een eliminatiedieet te starten. Overleg hiervoor wel met een diëtist, zodat het kind geen tekorten krijgt.

Toekomst, werk en school

Uiteraard is het belangrijk om bij de keuze voor werk of school rekening te houden met je beperkingen, maar ook met je krachten. Weet dus wat je krachten zijn en zoek uit waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Het hebben van een fijne baan of passende scholing is belangrijk voor een gelukkig leven.

Voor (jonge) kinderen zijn de juiste school en begripvolle, betrokken ouders erg belangrijk om te voorkomen dat er op latere leeftijd problemen ontstaan. Veel jongvolwassenen met AD(H)D krijgen namelijk last van problemen op werk en opleiding, als ze niet goed hebben geleerd om met hun problematiek om te gaan. Omdat mensen met AD(H)D extra gevoelig zijn voor verslaving en het ontwikkelen van andere psychologische stoornissen, is genoeg begeleiding en begrip van groot
belang.

BRONNEN

  1. http://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2016/04/Richtlijn-AD(H)D_Complete_Richtlijn.pdf
  2. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26072341
  3. https://www.medicalfacts.nl/2014/02/05/combinatie-omega-36-vetzuren-even-effectief-alsadhd-medicatie/
  4. https://pure.uva.nl/ws/files/1841002/113646_02.pdf
  5. https://gedragsproblemenindeklas.nl/gedrags-en-ontwikkelingsstoornissen/adhd/
  6. https://www.radboudumc.nl/nieuws/2018/eerste-genen-voor-adhd-gevonden
  7. http://www.ntvg.nl/publicatie/gunstige-invloed-van-een-standaardeliminatiedieet-op-hetgedrag-van-jonge-kinderen-met-aa/volledig
  8. http://ericvanschijndel.nl/web/academie/1318236809/Academie-NL